Ik bouw en begeleid al vijftien jaar digitale platformen. In al die jaren heb ik één les vaker moeten verdedigen dan welke andere ook: begin niet te metselen voor je weet waar de leidingen komen.
Bij AI ligt dat anders. Niet omdat het fundament er niet meer toe doet, maar omdat de grond zelf nog verschuift. Wie vandaag met AI werkt, lijkt te moeten kiezen tussen volop investeren in iets waarvan de ontwikkelaars zeggen dat ze het niet volledig begrijpen of afwachten en later duur inhalen. Wij doen geen van beide.
De ontwikkelaars vragen zelf om vertraging
Op 6 september 2026 publiceerde Jakub Pachocki, hoofdwetenschapper bij OpenAI (ChatGPT), het essay An Alien Mind. AI wordt volgens hem eerder gekweekt dan ontworpen: een eenvoudige optimalisatiestap, talloze keren herhaald, levert uiteindelijk een systeem op dat niemand volledig kan beschrijven. Geen enkel lab, zegt hij, heeft afstemming en controle goed genoeg opgelost om nog lang op maximale snelheid te blijven opschalen.
Kort daarna riep Dario Amodei, de topman van Anthropic (Claude), op om het tempo te verlagen. Volgens hem werkt dat alleen als de grote ontwikkelaars tegelijk vertragen en als iemand van buitenaf dat kan controleren. De chipaandelen gingen binnen de week omlaag.
Aan al deze uitspraken ging een bewogen zomer vooraf. Bij interne veiligheidstests in juli omzeilden OpenAI-modellen hun afscherming en bereikten ze systemen van Hugging Face (een derde partij). Andere voorvallen bleven maanden onder de radar voor ze naar buiten kwamen.
Wat mij daarbij het meest opvalt, is niet de technologie. Wel het feit dat een sector die expliciet om regulering vraagt, daarmee vooral toegeeft dat hij zichzelf niet reguleert. Maar de tools zijn het probleem niet. De belangen erachter wel: in een markt waar vertragen betekent dat je concurrent je inhaalt, wil niemand als eerste remmen.
Waarom we bij Friends of Cartel toch doorbouwen
Het voorzichtige advies luidt dan: wachten, het stof laten neerdalen en pas investeren als het stabieler wordt. Wij bouwen door, maar niet omdat de markt ons opjaagt. We doen het omdat we het potentieel zien en omdat we het gericht kunnen aanpakken.
Bovendien is wachten geen neutrale keuze. Rond 2012 stond op bijna elke websiteofferte nog een optioneel lijntje ‘optimaliseren voor mobiele toestellen’. Twee jaar later was dat lijntje verdwenen. Niet omdat de discussie beslecht was, maar omdat mobiel een basisvoorwaarde was geworden. Met AI gaat die overgang sneller. Wie wacht, wint geen zekerheid. Die bouwt vooral geen ervaring op.
Gehuurde grond is prima grond
Onze contentcollega’s hanteren al jaren een simpele regel: ‘Don’t build your house on rented land.’ Sociale platformen zijn nuttig, maar je wil niet dat je publiek, je content en je kennis enkel dáár bestaan.
Voor AI geldt precies hetzelfde. We blijven modellen en clouddiensten gebruiken. Gehuurde grond is prima grond. Alleen mogen onze kennis en onze manier van werken er niet in vastgroeien.
Daarom volgen we één ontwerpregel: alles wat we met en voor AI bouwen is zo modulair mogelijk. We weten niet welke leverancier over twee jaar nog bestaat, welk model dan het beste is of hoe de regelgeving er dan uitziet. Wat we wel kunnen regelen, is dat één verandering niet het hele systeem meesleurt.
Volledig leveranciersonafhankelijk word je daarmee niet. Modellen verschillen en sommige functies bestaan nu eenmaal maar bij één aanbieder. Waar het ons om gaat, is dat we weten wáár de afhankelijkheid zit en wat een overstap zou kosten.
Hoe ons AI-ecosysteem eruitziet
We werken met twee omgevingen. Claude is onze dagelijkse interface voor werk zonder vertrouwelijke klantgegevens. Let op het woord ‘interface’: de waarde zit niet in het chatvenster, maar in wat eronder hangt. FoC Buddy is ons interne platform voor alles wat contracten, offertes of klantdata raakt.
Beide omgevingen worden gevoed door onze eigen koppelingen, gebouwd als losse componenten, onder meer als MCP-servers. Dezelfde koppeling werkt vandaag in de ene omgeving en morgen in de andere. Voor klanten is dat net hetzelfde: wat we bouwen sluit aan op hun systemen, niet de onze. En wat we over een klant te weten komen, blijft van die klant. Wij bewaren het alleen in een vorm die overdraagbaar is, zodat de klant het later kan meenemen, ook zonder ons.
Voor het gevoeligste werk bouwen we naar een eigen omgeving toe, met een lokaal model op machines die wij beheren. Daarnaast testen we Europese modellen, zoals die van Mistral, naast wat we vandaag gebruiken. Omdat een Amerikaans model dat in een Europees datacenter draait, nog altijd onder Amerikaans recht valt. Dataresidentie en jurisdictie zijn twee verschillende dingen. Wie zegt dat zijn data in Frankfurt staan, heeft daarmee nog niets gezegd over wie er toegang toe kan afdwingen. Wij vinden dat klantwerk thuishoort op infrastructuur waarvan we weten onder welk recht ze valt. Dat is ook wat we klanten aanraden.
Welke tool mag welk werk doen
Vertrouwen begint bij een regel die iedereen kent en die niet openstaat voor interpretatie. Bij ons is dat een indeling in drie klassen: intern werk zonder klantinhoud, klantwerk zonder persoonsgegevens en vertrouwelijk materiaal. Per klasse ligt vast waar het mag draaien. Een brainstorm over een campagneconcept is iets anders dan een opname van een klantgesprek. Dat onderscheid hoeft niemand per opdracht opnieuw te maken.
Nieuwe tools komen er niet zomaar bij. Voor we er structureel mee werken, stellen we onszelf vier vragen: wat gebeurt er met data die we invoeren? Wordt onze input gebruikt om modellen te trainen? Onder welk recht valt het bedrijf? En hoe gemakkelijk kunnen we eruit als we willen?
Een mens beslist
Onze afspraken staan in een AI-charter dat voor alle zes de bureaus geldt. De belangrijkste regel daarin is meteen de saaiste: er gaat niets naar buiten zonder dat iemand het gelezen, gecontroleerd en goedgekeurd heeft. AI levert een voorstel, nooit een eindproduct, en de eindverantwoordelijkheid ligt bij de medewerker.
Daarnaast labelen we AI-gegenereerde en AI-bewerkte beelden volgens de Europese AI Act en bewaren we bronnen en prompts zodat we achteraf kunnen uitleggen hoe iets tot stand is gekomen.
Er is ook een lijstje van wat we niet doen. Geen vertrouwelijke klantinformatie of bijzondere persoonsgegevens in externe tools. Geen deepfakes of stemklonen zonder toestemming. Geen beslissingen over mensen zonder menselijke toetsing. Geen werk dat op andermans auteursrecht leunt.
Honderd mensen gespreid over zes bureaus
Technologie is het makkelijke deel. Maar een groep van zes bureaus verandert niet doordat je een tool gewoon uitrolt. Daarom geven we maandelijkse AI Academies, opgenomen en opgebouwd per rol. Want een copywriter heeft andere vragen dan een account, creative of developer. In elk team zit iemand die er dagelijks mee werkt en als aanspreekpunt dient. En wie twijfelt of iets mag, vraagt het.
Diezelfde openheid houden we aan tegenover klanten: welke tools we gebruiken, wat er met hun materiaal gebeurt en waar wij zelf de grens trekken.
Vier vragen voor je eigen organisatie
- Als onze belangrijkste AI-tool morgen verdwijnt, wat verliezen we dan precies?
- Wie heeft het overzicht van onze kennis en waar zit die: in bestanden die wij beheren of in de database van een leverancier?
- Welk deel van onze AI-investering is werkwijze en welk deel configuratie van één product?
- Wie mag volgens onze klantcontracten hun materiaal verwerken en klopt dat nog met de tools van vandaag?
Kan je die eerste vraag niet in één zin beantwoorden, dan is er werk aan de architectuur. Want de grond blijft voorlopig gehuurd. Daarom houden we vandaag al rekening met een verhuis.